Een voor een arriveren de standhouders aan de toegangspoort. Inschrijvingspapieren worden getoond als ware het perkamenten, oorspronkelijke oorkonden die het recht verschaffen tot toegang aan het hof en het eigendom verlenen tot een perceel in de vorm van een stand met nummer. Allen zijn gekomen. Zij van de vorige toernooien, die elkaar met een enkele diepe gromgroet begroeten én zij die nieuw zijn en hun kansen komen wagen. Allen zetten ze hun beste beentje voor, tonen hun nieuwste waren en kunnen. Zij hebben pas ontworpen ideeën bij zich die ze hier aan elkaar zullen laten zien. Want het is niet voor de mogelijke of nieuwe klanten dat zij zich komen uitsloven, dat zij de onmogelijke taak op zich nemen om op slechts twee dagen een volledige stand of tuin uit het niets te doen verrijzen. Nee, het is voor elkaar dat zij deze heldendaden verzetten. Om te laten zien dat ze met trots deel uitmaken van de gilde der groenmakers, om te laten merken dat ze fier en edel dit beroep willen uitoefenen.
Net zoals bij de riddertoernooien zijn alle lieden die horen bij een dergelijke bijeenkomst ook meegekomen. De clowns en acrobaten, de koks en voedselmakers, de verkopers van valse en namaakmedicijnen, de grappenmakers en de tovenaars, de kooplieden van verre streken met onbekende en vreemde producten. De toekomstvoorspellers, de muzikanten en de mooie dames. Iedereen onherkenbaar feestelijk uitgedost, als beroepsgenoten en deelnemers aan deze festiviteit die éénmaal per jaar plaats vindt.
Dat is het mooie van een beurs, dat je elkaar weer ziet en spreekt. Dat je in alle ernst vertelt over het wel en wee van het afgelopen jaar en in alle overdrijving die je aandurft over de plannen die je hebt.
Met mij gaat het goed, hoor je zelf te roepen.
Mijn opdrachtportefeuille zit vol tot de Kerst hoor je van alle collega’s.
We vertellen over hoe gek die opdrachtgevers wel niet zijn. We vertellen dat we waarschijnlijk nog drie man fulltime erbij zullen moeten nemen, zo druk is het. We luisteren eerbiedig naar elkaars verhalen en knikken goedkeurend als een nieuweling zich komt voorstellen. Ook op de beurs? Zo leven we vier dagen met elkaar, waarvan er eigenlijk twee te veel zijn. Zo nemen we met een emotioneel gebaar weer afscheid van elkaar en wensen elkaar veel sterkte en werk toe, want het zal nodig zijn in deze harde en moeilijke tijden. Tot volgend jaar.