Het dorpje Bondo is door een tweede rotslawine opgeschrikt en gelukkig werden de bewoners weer op tijd geëvacueerd. Helaas is er van de groep vermisten nog geen enkel spoor. Zijn ze tijdens een wandeling of klimpartij verrast door de plotse aardverschuiving? Het zoeken is gestaakt, omdat er geen verwachting meer was op redding. Laten we toch blijven hopen op goed nieuws.
Bondo ligt in het wondermooie bergdal Val Bregaglia in Graubünden. Het verbindt via de Malojapas (1815 m) het Engadin met Chiavenna (325 m) en het Comomeer (202 m). De Zwitsers-Italiaanse grens ligt daar op 686 meter hoogte bij het pittoreske dorp Castasegna. Het is Europa’s mooiste doorgang naar het Zuiden. Hier bevindt zich het enige tamme kastanjebos van Europa(Castanea sativa). Men kan er in de late herfstzon op een caféterras een korfje gepofte kastanjes bestellen met wat dunne plakjes kaas die gekruld op een bordje gepresenteerd worden naast een boccalino jonge rode wijn. Zoet, zuur en stevig bij elkaar.
In 1919 kwam de Duitse dichter Rainer Maria Rilke hier bij toeval terecht. Hij was op vakantie in Sils maar het beviel hem daar niet en hij trok verder. Hij reisde per postkoets langs de kleine dorpjes die in het bergdal elkaar opvolgen Maloja, Vicosoprano, Stampa en Bondo. In Stampa speelde de toen tienjarige Alberto Giacometti in de weilanden maar dat wist Rilke natuurlijk niet. Maar ja, Alberto wist ook nog niet dat hij dé Giacometti zou worden die wij nu allemaal kennen van zijn beelden, waarvan ‘L’homme qui marche’ het meest bekende is.