Vandaag een van de mooiste dagen van het jaar en zie, het regent blad over de weg. Bijna goudgele bladeren. De lucht is blauw, de zon staat septemberwarm. Wat is er dan aan de hand?
Het zijn die verdomde populieren. Altijd betweters geweest die populieren. De zomer is bijna voorbij en gelijk beginnen zij aan de traditionele seizoenswisseling. Toegegeven, ze zijn wonderschoon die populieren zo in hun herfstkleuren. Van goudbruin en koper tot diepgeel en verschoten groen. Vooral vanuit de verte, als ze in strenge rijen staan, langs een weg of kanaal. Of juist omdat ze in rijen staan. Dan vormen ze tezamen aparte lichamen in het landschap, omdat al het andere groen er nog lang niet aan denkt om herfstig te worden. Die genieten nog allemaal van deze laatste zomerse dagen.
Zo niet de populieren, nee hoor. Herfst is herfst. Zij zijn er in de lente ook als eerste bij. Zelfs in de winter zijn het de winterste bomen die je kunt vinden. Hun takken lijken dan stijf bevroren en staan voortdurend op knappen van de vrieskou, alsof ze van binnen ijs zijn. Rond de stammen vind je afgeknapte stukjes tussen het gras.
Een tuin naast een rij populieren is dubbel genieten. Want er is de tuin en er zijn de afgevallen blaadjes, die als kleine snoepjes gestrooid liggen tussen planten en bloemen, over het gazon verspreid en drijvend op het water van de vijver. Het zijn net cadeautjes waar men van kan genieten. Over een tijdje zijn ze met teveel en dan begint het rijven en harken; dan is het luchtige plezier van de seizoensovergang voorbij.