Hoorde op de autoradio dat het maandag aanstaande de honderdentienste sterfdag zal zijn van de Noorse componist Edvard Grieg. U kent hem waarschijnlijk van de Peer Gynt suite (tuururerureru…, juist die) en van zijn pianoconcert (pam, papampam, papapam…, ook goed). Een romanticus bij uitstek en waarschijnlijk een van de componisten waarbij men vindt dat die bij een tuin zouden kunnen thuis horen. Want de tuin is zonder twijfel een van de meest romantische onderdelen van het huis. Niet de badkamer, niet de keuken, niet de strijkkamer, niet het kantoortje, niet de gang en zelfs niet de slaapkamer. Romantiek in de zin van romance. Goed, de open haard kan er ook bij horen maar toch vooral de tuin. Denk maar eens aan die Peer Gynt suite, juist, dan hoort u het al nietwaar.
Merkwaardig genoeg doen wij er tegenwoordig alles aan om de romantiek uit de tuin te krijgen. Vat u dit niet persoonlijk op als ik ‘we’ schrijf, ik bedoel het algemeen. De trendy lounge sets, de verrijdbare buitenkeukens, de bubbelbaden, de lampen en sproeimachines, de gazonrobots die zwijgend rondgrazen … het is allemaal van een doenerigheid die verwijst naar activiteit en ware romantiek heeft eigenlijk niet zoveel met het werkwoord ‘doen’ te maken, maar eerder met ‘zijn’.
Zo maar een gedachte, in de auto, op weg naar huis, met de radio aan en de muziek van Grieg als gezelschap.