Het zonnige weer vandaag nodigde me dan toch uit om met het fototoestel naar buiten te gaan. Ik moest nog een en ander schrijven over bepaalde ontwerponderdelen (en hoe daar anders tegen aan te kijken) en zei tegen mezelf dat ik daar nog wat fotomateriaal voor nodig had. Tegen mezelf. Gelooft u het? Flauwekul natuurlijk, maar ik had een excuus nodig om het bureau, volgeladen met werk, achter te kunnen laten. Wat een ander doet met de mobiele telefoon doe ik met het fototoestel. Me onttrekken (waarom loopt iedereen toch weg uit een gezelschap als het mobieltje gaat, terwijl de gewone telefoon wordt opgenomen en beantwoord met een ‘Ik zit in gesprek, mag ik je terugbellen?’).
Naar buiten en rondkijken. Het was me enkele dagen geleden al opgevallen dat de lijsterbessen zo mooi in kleur staan. Ze hangen dit jaar werkelijk vol bessen met uitgesproken smakelijke tinten van rood tot oranje. Honderden, duizenden, miljoenen. Misschien door de extreme combinatie en opvolging van warmte en water deze zomer, want de kastanjes barsten ook al uit.
Met de Sorbus, zoals de lijsterbessen officieel heten, heb ik altijd een speciale band gehad. Dat komt door iets heel eenvoudigs, wat ik u wel wil vertellen. Toen ik tijdens mijn opleiding de plantenlijst moest leren met de wetenschappelijke Latijnse namen, bedacht ik allerhande trucjes, de zogenaamde ezelsbruggetjes. Bij de Sorbus werd dat het geperste sap van hun bessen welk ik over de sorbet zou gieten. Het is niet zozeer de alliteratie die me bijblijft, maar de ongelofelijk lekkere smaak van dat ingebeelde sap dat maakt dat ik de lijsterbes nooit meer zal vergeten en telkens als ik de bessen zie hangen in de herfst, mij dat eenzelfde verlangen geeft naar een lekker ijsje. Dat paste mooi bij de zon van vanmiddag.