Over het kunnen stoppen. De kunst van het stoppen, beter gezegd. Eigenlijk is dat een gouden regel voor het werken in de tuin, want soms gaat men te ver door. Zowel in het ontwerp als later in het onderhoud. In een ontwerp blijf men dan te lang doorontwerpen waardoor alles te gekunsteld wordt, een te geforceerde stijl krijgt. Men ziet hoe mooi het er op de tekening uitgezien moet hebben. Maar de realiteit is meestal anders. Met het onderhoud of het beheer gebeurt hetzelfde, doordat te intensief 'schoon' wordt gemaakt. Alle spanning verdwijnt uit het ontwerp, het leeft niet meer.
Let op: dit is geen pleidooi voor te weinig onderhoud, dat is weer een ander uiterste welk ook een verkeerd effect kan hebben. Men moet de tuin ook los kunnen laten, even zijn eigen gang laten gaan. Zoals een schilder zijn doek nonchalant voor een tijdje opzij tegen de muur kan zetten, met de voorkant uit het zicht. Pas na een hele tijd, twee jaren later, pakt hij het doek weer op, houdt het in de lucht, kijkt er een minuut naar en zegt: het is af.
Jamaar, zegt de documentairemaker die toevallig in het atelier aanwezig is, tegen de meester, zag u dat dan twee jaar geleden niet?
Nee, antwoordt de schilder, toen was het nog niet af; het moest zichzelf nog afmaken.
 
Zo moet dat ook met de tuin. Oké, geen twee jaar want dan groeit het alle kanten uit, maar in elk geval een tijdje. Gewoon kijken wat er gebeurt. De schilder heeft ook niet verder geschilderd en toch heeft er iets plaats gevonden in het werk. Helaas zal de herfst voor veel tuinliefhebbers synoniem zijn aan werk in de tuin. Misschien moeten zij eens leren alles even te laten gaan en te wachten op wat komt, op wat zich vanzelf formeert of misschien wel opgaat in iets anders. Dit laatste is qua beeld bedoeld, niet letterlijk natuurlijk.
 
Zo stond er eens in een tuin een stukje haag in een rechte hoekvorm, in een grasveld. Het gras was altijd netjes gemaaid, de haag altijd netjes geknipt. In het gazon stond een oude mispelboom. De bedoeling was door middel van de haag een aparte kamer te creëren waar de mispel als solitair instond. Het wilde maar niet lukken. De haag was mooi, het gras was mooi, de boom was mooi. Bij elkaar stelde het niets voor. Uit pure wanhoop liet de eigenaar alles staan en deed dus eigenlijk een tijdje niets. En zie: door de lengte van het gras, de wildheid die daar net eventjes inkwam, werd het een heel aparte hoek van de tuin, vol warme charme.
Even niets doen dus.