De hele dag hing een dikke grijze lucht boven het land. Af en toe zeeg wat regen neer, nat en laf van de kou. Nergens licht, behalve de lampen van de auto’s. Die speelden al nachtje. De dag kon dat niet, voor nachtje spelen, die bleef dag, hoe moedeloos en traag hij zich dan ook door de tijd moest slepen, een hele dag lang.
De dag is een hij, bedacht ik, en dat maakte hem zo ontroostbaar. In het Engels is het een zij. Frank Sinatra zong het lied Lady Day. Toen ik het voor het eerst hoorde kon ik niet meer bewegen. Ik stond letterlijk stil. Nu nog, als het onverwachts in mijn hoofd opspringt, dan word ik heel traag en langzaam, zoals de dag vandaag. Ik vroeg me af in welke streek Sinatra de dag die hij bezong meemaakte. Waar hij aan dacht toen hij het lied inzong, toen hij daar alleen in de studio stond voor dat grote orkest. Met wel vijftig violen.
‘Poor lady day could use a smile, some kindness / Lady day has too much rain’ . Hoe kon een man zo over de dag zingen.