Wie staat er ons zo te verleiden in de tuin, ja soms wel eens onverwachts in een bos? Het is de Galanthus nivalis, het sneeuwklokje in het Nederlands. Eigenlijk heet de plant het gewoon sneeuwklokje, maar dat zegt geen mens. Dit is toch niet gewoon? Als dit gewoon is, wat zou bijzonder dan wel niet zijn. Juist, die bestaat niet en als bijzonder niet bestaat moet gewoon ook niet bestaan.
Want is het sneeuwklokje al niet heel speciaal? Zoals het daar staat, broos en teer, met het bloemhoofdje verlegen omlaag, als een schuchter elfje? Misschien durven ze zich wel te laten zien omdat ze altijd met zovelen zijn, nooit alleen. En maken ze ons niet blij vanbinnen, blij van zoveel schoonheid en betovering?
Hun naam alleen al staat voor pure toverkracht. Galanthus, dat hoeft geen betoog. Nivalis, hetgeen in het Latijn sneeuw of sneeuwachtig betekent. Want daar heb ik ze al wel eens gezien, tussen de sneeuwvlokken omhoog groeiend naar het eerste zonnelicht. Nivalis, als de naam van een wonder, van een keizerin, die staat te bloeien op de donkerste dagen.
Met vanuit haar tedere schoonheid een alomvattend d├ędain voor de overheersing van de winter. Want geen kracht is zo opgewassen tegen die verwoestende kou, dan deze tedere plant. Behalve de zon, dat is waar, maar dan trekt ook het sneeuwklokje zich terug.