Gisteren, tijdens het werken aan de presentaties van diverse ontwerpers over een plant, die ze tijdens de Stand Up Plant Show willen presenteren in februari aanstaande, werd door Paul Casteleijn eventjes de boterbloem naar voren gebracht. En onmiddellijk schoten mijn gedachten naar deze plant.
Wat is dat toch met de boterbloem, dat er geen andere bloem tegenaan kan? Geen is zo zacht, zo geel, zo luchtig, zo landelijk en toch zo cultureel.Ze heet eigenlijk Ranunculus, of te wel Ranunculaceae. Mijn moeder sprak van Ranonkels, alsof het knikkers waren. Wij mensen vinden de bloem mooi en landerig, het vee laat ze echter staan want ze zijn giftig. Dat is iets wat wij met onze romantisch blik op de natuur niet kunnen zien, voor ons zijn alle planten lief en aardig. Gelukkig verdwijnt het gif als de plant gedroogd wordt waardoor het hooi er geen last van heeft maar juist eerder een pittige smaak overhoudt. Goed voor de kaas.Het heeft geen zin om op te sommen hoeveel boterbloemsoorten er bestaan, ze zijn met teveel, maar de bekendste is wel de kruipende boterbloem. Die dankt haar naam niet aan het kruipen want in tegenstelling tot de gewone boterbloem is zij juist langgesteeld. Net zoals de scherpe boterbloem helemaal niet scherp is. Dat hoort zo bij plantennamen, anders zouden er geen kenners zijn om ze te herkennen maar wisten we het allemaal.
In het voorjaar staan ze met z’n miljoenen in de weilanden, te wiegen en te deinen in de wind. Hun glimmende bloemetjes lijken wel met zonnebrandolie ingesmeerd. Let er maar eens op, als de bloemen verdwenen zijn, dan is de zomer in het land.
Mooie vraag om aan een klas pubers te stellen.
Ja jij meisje, welke boom zou jij willen zijn? Een lindeboom, ja, die zijn mooi. Een beetje treurig, maar dat mag. Je tovert mensen beter met je kruidige thee en je zoete geuren in de zomeravond. En jij jongeman? Een taxus nog wel! Dan heb je nog tweeduizend jaar te leven en kun je veel wijsheid verzamelen. Word je nog slimmer dan de eiken en die zijn al zo slim.
Een beuk? Nee, niet de beuken, die doen maar alsof. Want die verzamelen niet zoveel, die geven alles weg. Zoals de kastanjes, ook niet zo’n slimme bomen. Beetje vaag, beetje snob.
Ah, wat hoor ik daar achterin de klas? Een ceder? Ja dat is wel wat nietwaar. Die hebben ouderdom en wijsheid bij elkaar. Ze zijn wat droevig maar tegelijk ook blij, ze houden van de Middellandse zee-zon, van de stoffige zomeravonden en van de zware sneeuwval die ze makkelijk op hun takken kunnen dragen. Dus alle tegenslagen zul je overwinnen.
Oh de meidoorn hoor ik daar ook. Dat is heel wat anders, die springt door het leven en vergeet alle zorgen. Dat is een vriend. Iets uit de Franse literatuur.
Zo niet de es die jij daar kiest, die is wat traag en stug, die wil niet zo, heeft moeite met alles en iedereen. Last van verandering.
Zo had ik best een uurtje hebben willen kletsen met de klas, maar ze waren al bij de fietsen.
Tijdens de Open Lesdag kom ik mensen tegen die ik nooit ontmoet heb en waarvan ik einde van de dag het gevoel heb ze een beetje te hebben leren kennen. Door de vragen die ze stellen, de reacties die ze geven op de lesstof. Het eens of oneens zijn met een stelling die ik plaats of de hevigheid van de discussie die we met de groep voerden.
Zo ook gisteren, waar een groep collega vakmensen aanwezig was. In de ochtend hadden we naar aanleiding van ‘het stappenplan’ de nodige gedachtewisselingen. Bij deze methodiek begint iedereen eerst te sputteren, om vervolgens het wel eens te zijn met het geboden inzicht dat men beter af zou zijn om de 7 punten te volgen. Althans, wil men van het ontwerpschap zijn hoofdverdienste maken. Effectiviteit en praktische inzet is dan een vereiste om voldoende inkomsten te verwerven.
Het moeilijke voor mij, is dat alles met alles in verband staat en ik het lastig vind slechts een deel te kunnen vertellen. Het liefst zou ik alles uitleggen, maar ja, dan is het geen Open Lesdag meer. Gelukkig ging iedereen blij en energiek naar huis en hebben we plezier gehad aan het leren kennen van elkaar. Hopelijk zie ik ze allemaal terug op een van de cursussen.
Twee, drie violen, een cello en een piano die om elkaar heen klagen, zoals alleen de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj het heeft kunnen schrijven en verklanken. Ze verbeelden, denk ik, de eenzaamheid van Rusland, van de steppe, de toendra, van het individu. Dikwijls weergegeven met een solitaire boom in de vlakte, een eenzame berkenboom. De witte stam, de donkere nacht.
Tegenwoordig zie je in moderne vormgeving van de tuinen overal berkenboompjes gebruikt, witte stammetjes dicht bij elkaar, in een bosje, een groepje, een rijtje. Dat is dan mooi decoratief. Maar eigenlijk, zeker met de muziek van Sjostakovitsj op de achtergrond is het een groepje krijgsgevangenen die eenzaam bij elkaar geklit hun lot ondergaan. Maar geen mens die daar aan denkt.
Bij het opzoeken van iets in een map met notities, viel er een briefje op de grond. Aarzelend raapte ik het papiertje van de grond en begon te lezen. Ik werd blij dat ik dit ooit had geschreven, zodat het nu weer in mijn hoofd kon terugkomen. Het ging om een boek: Landschap en Wereldbeeld van Boudewijn Bakker. Dit is wat ik schreef:
"Na het ademloos en gefascineerd lezen van dit boek ben ik een paar dagen boos geweest op mezelf. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik voor dit onderwerp nooit interesse had getoond. Hoeveel schilderijen van oude meesters zijn er niet aan mijn netvlies voorbijgekomen? Waarom heb ik nooit de vraag gesteld: Wat betekenden die landschapsschilderijen in die tijd? Waarom zijn ze op die manier geschilderd? Wat was hun symbolische, allegorische of geestelijke of verhalende verwijzing? Neen, ik keek er alleen maar naar en aanvaardde. Ons tekort is gebrek aan kennis van de context, schreef Kees Fens in zijn recensie over dit boek, waarin hij opmerkte het ademloos te hebben gelezen. Dat maakte mij iets minder boos op mijzelf, als zelfs zulk een oude Meester toegeeft dat hij het niet wist. De wetenschap dat dit boek als proefschrift werd verdedigd aan de Vrije Universiteit Amsterdam gaf ook wat troost. En het feit dat Bakker promoveerde op de dag van zijn 65ste  verjaardag. Het moet hem jaren en jaren van studie en geduld hebben gekost om dit werk rond te krijgen.
In zijn boek onderzoekt Bakker hoe er in de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw werd gedacht over de natuur en over de plaats van de mens en kunstenaar daarin. Een belangrijk kenmerk was toen dat alle zichtbare dingen als teken, symbool of gelijkenis verwezen naar andere (zichtbare of onzichtbare) dingen, en zo, naast de bijbel, een onuitputtelijk reservoir van geloofswaarheden en levenswijsheden vormden. Volgens de traditionele opvatting was het de taak van de schilder om deze kennis in picturale vorm zichtbaar te maken voor het publiek - vaak ook in de vorm van een panoramisch, quasi-wereldomvattend wereldlandschap. Het geschilderde landschap, op die manier bekeken, toonde dus veel meer inhoud heeft dan men gewoonlijk aanneemt."
Een papiertje om voor altijd te bewaren.
Hoe begin je aan een weblog? Door te beginnen (denk aan Confucius: elke reis begint met een eerste stap). Er hoeft geen ouverture of entree. Gewoon beginnen. Toch is het iets dat een deel van de dag gaat bepalen.
Elke dag opnieuw. Elke dag? Ja. Jij durft. Ga je dat volhouden? Wil je dat wel? Kun je dat?
Ik spreek hierbij een ding af: het gaat altijd over ontwerpen, tuinen, bomen of planten. En datgene wat er direct bij hoort.
Dus geen politiek, geen sociale beschouwingen, geen kritiek op de regering, geen oplossingen voor de wereldproblemen. En het is niet de bedoeling de lezer te overtuigen.
Alleen informeren met af en toe een reflectie erbij. Dat is de filosofische grondslag. Geen kunstgeschiedenis, geen historische essays, alleen genieten.
Hopelijk lezen jullie mee.
Het moment is wel interessant, want vanaf morgen staat een reeks van boeiende dagen op het programma. Morgen een Open Lesdag, met een groep ontwerpers en/of hoveniers die ik niet ken en die interesse hebben in de cursussen van het instituut. Hetgeen me telkens weer energie geeft, dat zij morgenvroeg het land doorrijden om naar een lesdag te komen en mee te doen.
Woensdag start de nieuwe cursusreeks van en met Sanne Horn, over 'Ontwerpen met beplanting'. Telkens spannend zo'n nieuwe reeks, met dagelijks overleg en e-mails die heen en weer vliegen. Gelukkig is het aantal deelnemers volgeboekt.
Donderdag dan weer iets heel anders. Dan gaan we 'repeteren' voor de Stand Up Plant Show die begin februari 2017 zal plaatsvinden en waar een 16-tal ontwerpers aan meewerken. Zij komen allemaal op een eigen manier een plant belichten. Met een cabareteske manier van opzet. Beetje á la Meneer Vermeer in Het kantinegesprek. Wie weet zitten er wel boeiende opvolgers bij? Het zal in elk geval lachen worden en ik mag de deelnemers een beetje helpen met ze te regisseren. In de avond hebben we dan een bijeenkomst van een aantal leden van Het Bureau.
Ik zal proberen er zo goed mogelijk verslag van te geven. Al is het nog een beetje uitzoeken hoe veel, hoe lang, hoe gedetailleerd, hoe informatief. Maar daar komen we wel achter, als ik van jullie hoor of het interessant genoeg was om helemaal uit te lezen. Hetgeen spannend wordt in deze tijd van twitterberichten en facebookfoto’s. Terug de macht aan de ‘longread’.