Gisteravond laat thuis gekomen en daardoor in het donker door de tuin gelopen. Dat vereist de nodige voorzichtigheid, want zoals elk jaar zit er weer een egel in de tuin. Een dag of wat geleden liep ik er tegenaan en schrok behoorlijk door het onverwachte en onbekende contact. Zoiets als terzelfder tijd roepen ‘Een egel!’ en ‘Oh, het is maar een egel’… Ik probeer stil te stappen om hem of haar niet te laten schrikken mocht het diertje hier rondscharrelen. Niet aan denken er weer tegenaan te lopen. Ze blazen uit woede of angst en dat is geen prettig geluid.
Waarschijnlijk is hij of zij op zoek naar een plaatsje voor de winter. Dat doet me aan de Duitse dichter Rilke denken, die schreef over de herfst: wie nu nog geen huis heeft, bouwt er zich geen meer.
Gelukkig bouwen egels niet maar zoeken zich een huis, een scharrelplekje achter de oude bloempotten of onder de gestapelde en afgedankte tegels. Het schijnt dat ze ook erg kunnen snurken, die egels. Of is dat alleen in de paartijd? Wist u dat er woon- en voedselhuisjes te koop zijn voor egels om in de tuin te plaatsen? Je moet het maar bedenken. En voor 4,99 euro koop je vivara premium, het hoogwaardig egelvoer met vitamientjes.
Ik weet het niet, is dat nou de bedoeling?
In de tuin staat een Italiaanse druif. Een echte, uit Italië, wel meer dan honderd jaar oud. Eerst stonden er twee, maar eentje ging dood. Al maandenlang waren de tekenen te zien, verkleuren en verdorren van blaadjes, geen vruchten, takken die afstierven. Toen bleef er nog slechts één tak over en de bladeren deden alsof het eind oktober was en kleurden zich geel en bruin. Een prachtig kronkelende wijnstok en een paar blaadjes die dood gingen. Ik stond er bij en wist niet wat te doen. Ik wist toen niet eens hoe oud een druivenplant kan worden. Misschien ging hij wel natuurlijk dood. Of had hij heimwee. Moest ik hem terugbrengen naar Italië voor zijn oude dag? Een interessante vraag… Waar zou ik mijn laatste dagen willen doorbrengen? Ik wist het niet. Ik dacht even in dat land, maar toen dacht ik nee nee, in dat land en gelijk dacht ik nee, liever in die streek of nee, in die stad, of misschien toch… Weet u het? En is dat einde voor ons eervoller dan voor een plant? Neem nu deze druif, die ongeveer honderd jaar ergens in de Italiaanse heuvels heeft doorgebracht en op een dag is afgevoerd. Naar Nederland verhuisd. Half jaartje onderweg om dan alles bij elkaar nog een paar jaar ergens in een tuin te vertoeven. Weliswaar bewonderd door iedereen die er onder kwam te staan (want hij was vrij hoog en vormde met de andere druif een soort pergola). Maar nu? Ik kon hem toch niet gewoon in stukken zagen en in de groene container gooien?
De voorstelling, zo noemden wij hetgeen waar we aan werkten. ‘De voorstelling’, zoals het werk nu ‘het tuinontwerp’ heet. Zo gauw het klaar was, werd het dat wat Herman deed in het theater, het werd Herman van Veen. Maar tot dan heette het ‘de voorstelling’. En er werd hard gewerkt aan die voorstelling, telkens weer. Herman was indertijd de enige theaterman die zijn nieuwe voorstelling maakte in de schouwburg. Meestal huurden we dan theater Agnietenhof in Tiel af, voor een week of twee en gingen daar aan de slag, meteen met licht en geluid, met alle techniek en effecten. De hele dag uitproberen, stukje bij stukje, in de avonduren werd alles wat al min of meer klaar was achter elkaar gespeeld, alsof het een echte voorstelling betrof. In de nachtelijke uren werd er over gepraat en geschreven, schema’s gemaakt, volgordes veranderd, teksten theoretisch behandeld. In de ochtend alles weer van voren af aan. Tot het klaar was, of tot het tijd was, hetgeen meestal wonder boven wonder tegelijk gebeurde. Net zoals het schetsen aan een tuinontwerp, werd er gemonteerd aan de structuur van een theateravond. Probeer dit eens van links af in plaats van van rechts af; loop eens terwijl je zingt in plaats van bij het statief te blijven; zing eens ‘ik hield van jou’ in plaats van ‘ik hou van jou’…. En zo voorts en zo verder.
En dan plots, valt alles tezamen, op zijn plaats en ontstaat er een verhaal dat verteld moest worden. En dat dan op een wondermooie manier.
Voor de letterlijke betekenis van het woord beleven staat in het woordenboek ‘innerlijk ervaren, in geest en gemoed deel hebben aan het genoemde’. Dit werd voor mij duidelijk uit de volgende ervaring die ik enkele jaren geleden had.
Een alleenstaande dame vroeg mij om een vijver in het ontwerp voor haar tuin te betrekken, want ze hield zo van het spel van het water zei ze tegen mij. Ik ontwierp een vijver met fonteinen en zelfs spotlights voor de avondlijke romantische sfeer. Ze was echter niet tevreden met het resultaat, maar kon niet juist aangeven waarom niet. Pas nadat we enkele gesprekken verder waren, bleek – hetgeen ik niet wist maar had moeten weten - dat ze nog steeds om het verlies van haar man treurde.
Zij zocht een plek om dat verdriet gestalte te kunnen geven, om te treuren. Zij was dus helemaal niet op zoek naar het speelse en het levende van het water, maar juist naar het stille en het reflecterende. Want water kan een heleboel verschillende gevoelens in ons oproepen. Het is net zoals met boeken. Er zijn romans over hartverscheurende familiegeschiedenissen, spannende detectiveverhalen, kleuter- en kinderboeken, maar ook kookboeken, belastingalmanakken, computerboeken en zelfs tuinboeken. Het is dus belangrijk om eerst goed na te denken welke gevoelens er met dat water in de tuin moeten worden opgeroepen om dan pas de vormgeving of de stijl ervan te ontwerpen.
Lastige dag vandaag. Weet nog hoe het televisiebeeld op mijn computer oversprong van de Ronde van Spanje naar New York, zo ongeveer op het moment waarop het tweede vliegtuig insloeg. Ik wou er toen onmiddellijk heen, erbij zijn, iets, ik weet niet wat. Ik weet nog dat ik bovenop die toren stond, met mijn dochter, zo onschuldig.
Ik weet wel, het is gecompliceerd, maar ik voel me nog steeds erg verbonden met die stad, met wat ik er allemaal heb meegemaakt, eerst met de theaters, met Herman van Veen, later met het Bryatt Park, met de jongen van de supermarkt, met de portier van Carnegie Hall, de taxichauffeur, de man in de metro, de hotdogverkoper op de hoek van 5th Avenue, de boekverkoper wiens winkel ’s nachts open bleef, de Indische kleermaker die een pak kwam maken in het hotel, de rook die uit de straten opstijgt, de geur van gepofte kastanjes, de bomen op de Trump Tower, het dode eekhoorntje in het Central Park en al die andere duizenden andere dingen die door mijn hoofd dwarrelen als ik aan New York denk . Ze zweven rond zonder neer te komen als in een glazen bol met sneeuwvlokken waar je aan kunt schudden om het te laten sneeuwen. Het geurt en het beweegt en het maakt lawaai en het licht verandert voortdurend. Ik vind het altijd opnieuw de mooiste plek op de wereld.

Het is begin september. In de wereld is er chaos door natuurkrachten en wij begrijpen er weer niets van. Want we hebben alleen maar geïnvesteerd in het begrijpen van de orde. Daar zijn we nogal goed in. Maar nu moet die investering geld opbrengen en dat doet ze niet, dus laten we allerhande gemiddelden los op iets wat geen gemiddelde heeft. Daarom heet het ook natuur.

Opening van de cursus ‘Ontplooiing als Ontwerper’:
‘Aandacht schenken is zich openstellen en één worden met het andere.
Door de buitenwereld met aandacht te bekijken, neemt de waarnemer haar in zijn eigen innerlijke werkelijk op.
Hij breekt door de grenzen van zichzelf en verenigt zich met het object van zijn aandacht.
Hij laat informatie naar binnen vloeien en assimileert die.
Pas door ontvankelijkheid is de onrust mogelijk die creativiteit verwekt.’
Het ‘stoppen’ en de kunst ervan, waar we gisteren over spraken, kan natuurlijk ook gezien worden als ‘wachten’. De kunst van het wachten.
Denk aan de boer of de fruitteler die wekenlang langs zijn akkers liep en keek, even voelde of wreef, rook, misschien eens beet. Dan wandelde hij terug naar huis. Hij had besloten te wachten. Niet oogsten. Hij keek naar de lucht en voelde het weer. De rijpheid van de oogst, de verwachting van regen, of de droogte nodig voor het hooien, al die elementen moest hij meenemen in zijn overweging om een besluit te nemen. Wachten.
Verkeerd besluit zou opbrengst kosten, juist besluit werd winst. Niet te vroeg, niet te laat. De kunst van het wachten. Moet elke hovenier en tuinbaas ook over beschikken. Maar waar koop je dat? Dat heeft de Boeren Coöperatie niet. Dat leer je door te kijken, dat wachten.
Net zoals stoppen. Daar hebben ze de puntenslijper voor uitgevonden. Om even te wachten en te kijken.
Over het kunnen stoppen. De kunst van het stoppen, beter gezegd. Eigenlijk is dat een gouden regel voor het werken in de tuin, want soms gaat men te ver door. Zowel in het ontwerp als later in het onderhoud. In een ontwerp blijf men dan te lang doorontwerpen waardoor alles te gekunsteld wordt, een te geforceerde stijl krijgt. Men ziet hoe mooi het er op de tekening uitgezien moet hebben. Maar de realiteit is meestal anders. Met het onderhoud of het beheer gebeurt hetzelfde, doordat te intensief 'schoon' wordt gemaakt. Alle spanning verdwijnt uit het ontwerp, het leeft niet meer.
Let op: dit is geen pleidooi voor te weinig onderhoud, dat is weer een ander uiterste welk ook een verkeerd effect kan hebben. Men moet de tuin ook los kunnen laten, even zijn eigen gang laten gaan. Zoals een schilder zijn doek nonchalant voor een tijdje opzij tegen de muur kan zetten, met de voorkant uit het zicht. Pas na een hele tijd, twee jaren later, pakt hij het doek weer op, houdt het in de lucht, kijkt er een minuut naar en zegt: het is af.
Jamaar, zegt de documentairemaker die toevallig in het atelier aanwezig is, tegen de meester, zag u dat dan twee jaar geleden niet?
Nee, antwoordt de schilder, toen was het nog niet af; het moest zichzelf nog afmaken.
 
Zo moet dat ook met de tuin. Oké, geen twee jaar want dan groeit het alle kanten uit, maar in elk geval een tijdje. Gewoon kijken wat er gebeurt. De schilder heeft ook niet verder geschilderd en toch heeft er iets plaats gevonden in het werk. Helaas zal de herfst voor veel tuinliefhebbers synoniem zijn aan werk in de tuin. Misschien moeten zij eens leren alles even te laten gaan en te wachten op wat komt, op wat zich vanzelf formeert of misschien wel opgaat in iets anders. Dit laatste is qua beeld bedoeld, niet letterlijk natuurlijk.
 
Zo stond er eens in een tuin een stukje haag in een rechte hoekvorm, in een grasveld. Het gras was altijd netjes gemaaid, de haag altijd netjes geknipt. In het gazon stond een oude mispelboom. De bedoeling was door middel van de haag een aparte kamer te creëren waar de mispel als solitair instond. Het wilde maar niet lukken. De haag was mooi, het gras was mooi, de boom was mooi. Bij elkaar stelde het niets voor. Uit pure wanhoop liet de eigenaar alles staan en deed dus eigenlijk een tijdje niets. En zie: door de lengte van het gras, de wildheid die daar net eventjes inkwam, werd het een heel aparte hoek van de tuin, vol warme charme.
Even niets doen dus.
Het zonnige weer vandaag nodigde me dan toch uit om met het fototoestel naar buiten te gaan. Ik moest nog een en ander schrijven over bepaalde ontwerponderdelen (en hoe daar anders tegen aan te kijken) en zei tegen mezelf dat ik daar nog wat fotomateriaal voor nodig had. Tegen mezelf. Gelooft u het? Flauwekul natuurlijk, maar ik had een excuus nodig om het bureau, volgeladen met werk, achter te kunnen laten. Wat een ander doet met de mobiele telefoon doe ik met het fototoestel. Me onttrekken (waarom loopt iedereen toch weg uit een gezelschap als het mobieltje gaat, terwijl de gewone telefoon wordt opgenomen en beantwoord met een ‘Ik zit in gesprek, mag ik je terugbellen?’).
Naar buiten en rondkijken. Het was me enkele dagen geleden al opgevallen dat de lijsterbessen zo mooi in kleur staan. Ze hangen dit jaar werkelijk vol bessen met uitgesproken smakelijke tinten van rood tot oranje. Honderden, duizenden, miljoenen. Misschien door de extreme combinatie en opvolging van warmte en water deze zomer, want de kastanjes barsten ook al uit.
Met de Sorbus, zoals de lijsterbessen officieel heten, heb ik altijd een speciale band gehad. Dat komt door iets heel eenvoudigs, wat ik u wel wil vertellen. Toen ik tijdens mijn opleiding de plantenlijst moest leren met de wetenschappelijke Latijnse namen, bedacht ik allerhande trucjes, de zogenaamde ezelsbruggetjes. Bij de Sorbus werd dat het geperste sap van hun bessen welk ik over de sorbet zou gieten. Het is niet zozeer de alliteratie die me bijblijft, maar de ongelofelijk lekkere smaak van dat ingebeelde sap dat maakt dat ik de lijsterbes nooit meer zal vergeten en telkens als ik de bessen zie hangen in de herfst, mij dat eenzelfde verlangen geeft naar een lekker ijsje. Dat paste mooi bij de zon van vanmiddag.
Hoorde op de autoradio dat het maandag aanstaande de honderdentienste sterfdag zal zijn van de Noorse componist Edvard Grieg. U kent hem waarschijnlijk van de Peer Gynt suite (tuururerureru…, juist die) en van zijn pianoconcert (pam, papampam, papapam…, ook goed). Een romanticus bij uitstek en waarschijnlijk een van de componisten waarbij men vindt dat die bij een tuin zouden kunnen thuis horen. Want de tuin is zonder twijfel een van de meest romantische onderdelen van het huis. Niet de badkamer, niet de keuken, niet de strijkkamer, niet het kantoortje, niet de gang en zelfs niet de slaapkamer. Romantiek in de zin van romance. Goed, de open haard kan er ook bij horen maar toch vooral de tuin. Denk maar eens aan die Peer Gynt suite, juist, dan hoort u het al nietwaar.
Merkwaardig genoeg doen wij er tegenwoordig alles aan om de romantiek uit de tuin te krijgen. Vat u dit niet persoonlijk op als ik ‘we’ schrijf, ik bedoel het algemeen. De trendy lounge sets, de verrijdbare buitenkeukens, de bubbelbaden, de lampen en sproeimachines, de gazonrobots die zwijgend rondgrazen … het is allemaal van een doenerigheid die verwijst naar activiteit en ware romantiek heeft eigenlijk niet zoveel met het werkwoord ‘doen’ te maken, maar eerder met ‘zijn’.
Zo maar een gedachte, in de auto, op weg naar huis, met de radio aan en de muziek van Grieg als gezelschap.
Is het u al eens opgevallen dat de mooie dagen van eind augustus en begin september een soort stilte in zich dragen? Hermann Hesse beschreef deze tussen zomer en herfst: '...met gedempte gloed, de geur van rijpheid, iets van de middag, iets afwachtends, iets van het tere dons van de perzik, iets van de halfbewuste zwaarmoedigheid van mooie vrouwen op het toppunt van hun volwassenheid'.
 
Ze zijn anders mooi deze dagen, anders warm, dan die van de volle zomer. Stiller is het juiste woord, ze dragen een soort stilte in zich, net of er niemand meer hoeft te zeggen: ‘… kijk nou toch eens hoe mooi … voel nou toch eens hoe warm’. Ze zijn gewoon mooi deze dagen, zonder meer. Mooi stil, of stil mooi.
 
Net zo mooi als John Malkovich bedachtzaam stil kan spreken. Zo mooi. Hoort u hem in uw herinnering? Zoals we straks deze zomer in de herinnering hebben, juist.
We zitten op dezelfde Golflengte.
 
Uit de gratis nieuwsbrief www.golflengte.nl
Bloed, zweet en tranen kost het soms om een klant te overtuigen dat zijn of haar tuin ook een boom nodig heeft. Siergrassen, een paar struiken... geen probleem. Maar een boom, ho maar.
Zelfs wanneer we de meest welsprekende pleidooien houden, met de mooiste plaatjes afkomen van bomen met bloemen als vuurwerk, knoppen als fluweel, bladkleuren als een Picasso, fraaie winterstructuur, uniek schaduw- en lichtspel, bijzondere bast,… slagen we er vaak niet in om onze klanten te overtuigen. Dat hun tuin te plat, te strak, te clean is zonder boom. Dat hun tuin geen ziel heeft zonder boom. Dat een boom de meest zichtbare en tastbare getuige van de seizoenen is. Dat een boom meer is dan er staat, 'beeldspraak is van de ruimte', zoals de dichter schreef, en met de jaren alleen maar mooier wordt.
Ze houden wel van bomen en ze willen ook wel meer bossen om in het weekend te gaan onthaasten. Maar niet in hun eigen tuin. Want bomen nemen zon en licht weg en zorgen in de herfst alleen maar voor vuiligheid en extra werk.
Hoe anders was het vroeger. Mijn grootvader zaliger, tuinaanlegger in de jaren ‘50, verkocht bomen bij de vleet. Met hier en daar een struikje erbij. In die tijd betekende ‘tuinaanleg’ vooral ‘bomen planten’: fruitgaarden, populieren, dennen, acacia’s, eiken, ook soms berken of een Apenverdrietboom, en heel af en toe leilindes.
Toen zijn zoon hem in de jaren '70 opvolgde, was het aanbod al wat ruimer en ging men met bolplatanen en -acacia’s, lijsterbes, sierkersen, esdoorn, mei- en christusdoorn aan de slag. Piramides van Carpinus, Prunus of Taxus als de ruimte te krap was. Dat wij vandaag steeds meer moeite hebben om bomen te slijten, is des te spijtiger als we het enorme aanbod zien waaruit wij tuinenmakers kunnen kiezen. Er bestaat geen enkel excuus meer om in elk groenproject, hoe klein ook, geen boom te voorzien. Neem nu het aanbod van de zuilbomen, om er een kleine groep uit te plukken. Je kan bijna geen boomsoort meer bedenken waarvan geen zuilvorm bestaat. Zo bestaan er prachtige zuilvormige variëteiten van de haagbeuk en de beuk, van de meidoorn, de hulst, de eik, de lijsterbes en zelfs van taxus en toverhazelaar.
Zuilbomen spelen perfect in op de behoefte van onze doorsnee klanten. Hij woont op een kavel van ca. 5-15 are en bezit een middelgrote tuin. Het huis heeft overal grote ramen. Want licht en ruimte zijn belangrijk, zo poneerde hun architect. En wat is er leuker om samen vanuit het bad of het bed de sterren te bewonderen...
Maar ze vergaten dat hun buren vlakbij wonen, en ongegeneerd langs alle kanten kunnen binnenkijken. Of dat het uitzicht op de appartementsgebouwen in de buurt of de fabriek in de verte, toch minder idyllisch is dan gedacht. Dan worden wij ingeschakeld om dat euvel te verhelpen. Liefst zonder de zon- en lichtinval in woning en terras te hypothekeren…
Een zuilboom kan dan soms soelaas bieden. Die kenmerkt zich door een kleine kroondiameter, al bij al twee meter, maar wordt toch hoog genoeg. Ze hoeven ook geen burenruzies te vrezen, want de boom zal niet over de scheiding groeien. Dat de boom niet moet gesnoeid worden, is een bijkomende troef. Gedaan dus met het verminken van bomen die te groot zijn geworden voor hun standplaats.
Zuilbomen zijn dé bomen van de toekomst. En toch. Toch droom ik soms van projecten waar ik bomen kan planten die ongestoord groot kunnen worden. En in het diepst van mijn gedachten fantaseer ik zelfs over een project waar Apenverdrietbomen de dienst zouden uitmaken. Als een eerbetoon aan mijn grootvader. Maar welke kweker biedt die boom nog aan?
 
Roeland Vranckx, Tuinarchitect
Vandaag een van de mooiste dagen van het jaar en zie, het regent blad over de weg. Bijna goudgele bladeren. De lucht is blauw, de zon staat septemberwarm. Wat is er dan aan de hand?
Het zijn die verdomde populieren. Altijd betweters geweest die populieren. De zomer is bijna voorbij en gelijk beginnen zij aan de traditionele seizoenswisseling. Toegegeven, ze zijn wonderschoon die populieren zo in hun herfstkleuren. Van goudbruin en koper tot diepgeel en verschoten groen. Vooral vanuit de verte, als ze in strenge rijen staan, langs een weg of kanaal. Of juist omdat ze in rijen staan. Dan vormen ze tezamen aparte lichamen in het landschap, omdat al het andere groen er nog lang niet aan denkt om herfstig te worden. Die genieten nog allemaal van deze laatste zomerse dagen.
Zo niet de populieren, nee hoor. Herfst is herfst. Zij zijn er in de lente ook als eerste bij. Zelfs in de winter zijn het de winterste bomen die je kunt vinden. Hun takken lijken dan stijf bevroren en staan voortdurend op knappen van de vrieskou, alsof ze van binnen ijs zijn. Rond de stammen vind je afgeknapte stukjes tussen het gras.
Een tuin naast een rij populieren is dubbel genieten. Want er is de tuin en er zijn de afgevallen blaadjes, die als kleine snoepjes gestrooid liggen tussen planten en bloemen, over het gazon verspreid en drijvend op het water van de vijver. Het zijn net cadeautjes waar men van kan genieten. Over een tijdje zijn ze met teveel en dan begint het rijven en harken; dan is het luchtige plezier van de seizoensovergang voorbij.
Het dorpje Bondo is door een tweede rotslawine opgeschrikt en gelukkig werden de bewoners weer op tijd geëvacueerd. Helaas is er van de groep vermisten nog geen enkel spoor. Zijn ze tijdens een wandeling of klimpartij verrast door de plotse aardverschuiving? Het zoeken is gestaakt, omdat er geen verwachting meer was op redding. Laten we toch blijven hopen op goed nieuws.
Bondo ligt in het wondermooie bergdal Val Bregaglia in Graubünden. Het verbindt via de Malojapas (1815 m) het Engadin met Chiavenna (325 m) en het Comomeer (202 m). De Zwitsers-Italiaanse grens ligt daar op 686 meter hoogte bij het pittoreske dorp Castasegna. Het is Europa’s mooiste doorgang naar het Zuiden. Hier bevindt zich het enige tamme kastanjebos van Europa(Castanea sativa). Men kan er in de late herfstzon op een caféterras een korfje gepofte kastanjes bestellen met wat dunne plakjes kaas die gekruld op een bordje gepresenteerd worden naast een boccalino jonge rode wijn. Zoet, zuur en stevig bij elkaar.
In 1919 kwam de Duitse dichter Rainer Maria Rilke hier bij toeval terecht. Hij was op vakantie in Sils maar het beviel hem daar niet en hij trok verder. Hij reisde per postkoets langs de kleine dorpjes die in het bergdal elkaar opvolgen Maloja, Vicosoprano, Stampa en Bondo. In Stampa speelde de toen tienjarige Alberto Giacometti in de weilanden maar dat wist Rilke natuurlijk niet. Maar ja, Alberto wist ook nog niet dat hij dé Giacometti zou worden die wij nu allemaal kennen van zijn beelden, waarvan ‘L’homme qui marche’ het meest bekende is.
Vandaag kwam het bericht in het nieuws dat in het dorpje Bondo in Graubunden een aardverschuiving heeft plaatsgevonden waarbij 4 miljoen kubieke meter modderlawine met rotsen van het Alpengebergte naar beneden gegleden is. Dat is het volume van 4.000 huizen bij elkaar. Gelukkig konden de mensen uit het dorp op tijd geëvacueerd worden, maar helaas is er nog een groep bergwandelaars vermist. Oorzaak is waarschijnlijk de permafrost die deze zomer door de hoge temperatuur toch aan het smelten is gegaan. Een gevolg van de klimaatverandering.
De ravagestroom is pal langs een prachtige tuin gegleden, van het Palazzo van de familie Salis, aangelegd in 1774. Die is gelukkig gespaard gebleven.
De foto van de tuin hierbij is tegengesteld, want laat een van de mooiste momenten van het jaar zien, als in de late herfst de zon in het dal hangt. Alsof de tijd voor altijd stilstaat. Tot plots het natuurgeweld voorbij raast. Hopelijk komen de vermisten snel en gezond weer terecht.