Afgelopen januari heb ik met mijn vriendin een winterbeklimming gedaan van de berg Ben Nevis in Schotland.
Al bij een van de eerste schreden op de berg werd mijn blik gevangen door een bijzonder natuurfenomeen. Het was een heldere koude nacht geweest gevolgd door een klaarblijkelijk heldere dag. De zon straalde op deze ‘crispy morning’ aan het heldere firmament, een welhaast onwaarschijnlijke gewaarwording in het winterse en natte Schotland.
We liepen nl. over een groot tapijt van wonderschone ijsbloemen op de stenen. De bloemen hadden een weg gezocht over het stenen oppervlak via watermoleculen, gegeven door de ochtenddauw.
Pure verwondering bij zoveel schoonheid, doch eenvoud!
De groeven en structuur van de steen waren in dit opzicht slechts de regisseur, terwijl moeder natuur zelf haar eigen bloemenzee creëerde.
 
In ons vak als ontwerper is het niet veel anders, het ontwerp is de groef van de steen, maar uiteindelijk bepaalt moeder natuur vaak hoe het beeld is na vele jaren.
 
Eric Meijer 
 
 
In mijn vak als ontwerper zit ik dicht bij de schoonheid van het bestaan. In de plannen die ik presenteer is de rommel opgeruimd, er is helderheid en alles is op zijn plaats. Kortom ik bedenk de ideale wereld.
Maar tegelijkertijd is het de wereld van de illusie. Oké, het plaatje klopt. Functies hebben hun plek gekregen. Er is beleving, sfeer, orde. Maar tegelijkertijd weet ik dat het nooit zo wordt. Uiteindelijk is de man met de snoeischaar degene die bepaalt hoe de tuin wordt. Of anders wel de kinderen, de radio van de buurman of het weer. Want hoe Toscaans de inrichting ook is. Het zal nooit Italië worden.
Wat overblijft is het verlangen. Met een paar gletsjerkeien kun je het verlangen naar de alpen oproepen en daarmee het gevoel en dan ben je er al bijna. Zo simpel kan het dus zijn. Jammer is alleen dat je deze emotie maar heel even kunt vasthouden. Een foto van je vakantie op Bali doet in het begin wonderen. Maar vroeg of laat beleef je het niet meer. Tijd om er weer eens écht naar toe te gaan.
En zo is het met de tuin ook. Steeds sneller zijn we uitgekeken op die olijf, die strakke vijver en die gestuucte muur. We hebben het gezien en er moet weer iets anders. En hiermee liggen we aan de ketting van de woon- en tuintrents. Elk jaar een nieuw kleurtje. Zum kötzen. Wat overblijft is de plek zelf. Met zijn unieke eigenschappen. Zijn licht, zijn gevoel en daarmee zijn eigengereide identiteit. Die is er en daar kan niemand omheen. Die onderga je, bewust of onbewust. En de waarde is blijvend. Voor altijd.
Laten we als vakmensen ons concentreren op het versterken van die identiteit. Door op te ruimen, te ordenen en vrij te stellen. Doe recht aan de plek en hou je eraan. Gebruik termen als licht, massa, openheid en geslotenheid. Abstracties die tijdloos zijn. Hoe sterker de plek, hoe ingetogener de decoratie kan zijn. Tot we komen tot plekken waaraan niets meer toegevoegd hoeft te worden. Die altijd het goede in zich hebben. De illusie voorbij …
 
Ruud Aanhane
Een stokoude olijf in een grote kuip is al een poosje hèt statussymbool voor (kleine) tuinen en terrassen. Geen jong exemplaar, maar een eerbiedwaardige grijsaard met imposante stam. Wanhopig strekt de boom zijn dikke afgezaagde takken ten hemel. Hij voelt zich niet thuis in een zeeklimaat en kwijnt, overmand door heimwee. Zijn rond gestoken wortelkluit kan geen kant uit, de royale afmetingen van de bak of container ten spijt. De wortels zijn immers gewend hun weg te zoeken in een stenige rotsbodem. Zo is er altijd voldoende vocht en voeding beschikbaar om rijk te bloeien en overvloedig vrucht te dragen. Als dat geen overlevingskunst is! Een olijf van twee eeuwen oud is nog lang niet afgeleefd, maar in volle glorie stokoud worden is helaas niet elk exemplaar meer gegeven. De pechvogels worden uitgegraven en opgepot en gaan als kostbare versiering hun voortijdig einde tegemoet. Bestemming: een terras of buitenkamer, in het land van de winderige polders.
 
Mag het geen knotwilg zijn? Nee, dat mag niet, want één van de statusverhogende tuintrends is ‘mediterraan’. Tuintrends zijn een manier om consumenten te verleiden tot aanzienlijke aankopen onder de noemer ‘beleving’ en ‘emotie’. De mediterrane trend sloeg aan en houdt stand, want wie wil nu niet permanent in vakantiesfeer verkeren? En dus steekt boven menige schutting het blad uit van exoten zoals Nieuw-Zeelands vlas (Phormium), Chinese waaierpalm (Trachicarpus), banaan, oleander en olijf. Geholpen door het opwarmende klimaat houden zulke exoten het op een beschutte plek langere of kortere tijd uit. Bij deze tuin- en terrasinrichting hoort zachtgele verharding die je kunt stofzuigen en beplanting in grote bakken of potten die weinig bladval geeft. Loungen is het parool.
 
Het gebruik van exoten is van alle tijden, want wat je ver haalt is lekker. Daar is niets mis mee. Ik beleef al vele jaren plezier aan een (echte) laurier, sterjasmijn, witte passiebloem en de elegante roos ‘Mutabilis’ tegen een zonnige muur bij het terras. Ze werden als jonge plant gepoot en groeien tegen de klippen op. Maar die karakteristieke, stokoude olijfbomen moeten gewoon blijven staan waar ze groeien. Een beetje respect voor de ouderdom graag!
 
Julia Voskuil
Het is geen tuin, het is geen park… Het is een straat.
230 meter lang, verstopt achter de huizen, zonder verkeer, maar met voortuinen. Daarachter mooie oude gevels. En in de tuinen staan bomen.
Iedere bewoner is verplicht om minimaal 3 (drie!) bomen in de voortuin te hebben.
Bloeiende blauwe regen en seringen, coniferen en photinia’s, berken, sierkersen en zelfs een volwassen tulpenboom (niet te verwarren met Magnolia die in het Nederlands “Beverboom” heet.) waren er te zien toen ik er half april was. Daarnaast een glimp van (bloeiende) heesters, een openstaande oude voordeur, andere bezoekers die over de hekken heen foto’s proberen te maken. Want de bewoners bewaken hun privacy, dus de hekken zijn zo hoog dat je er niet altijd overheen kunt kijken. Het is een oase van groen en rust die nog steeds landelijk aandoet. Dat komt ook door de kleinschaligheid van de bebouwing, met veel verschillende gevels.
De oorsprong stamt uit 1847, toen er behoefte was aan nieuwe woningen door de opbloeiende werkgelegenheid die voortkwam uit de industriële revolutie. In de jaren zestig van de negentiende eeuw woonde de schilder Alfred Sisley in het landelijke gebied met uitzicht op Montmartre.
Waar is het: Tussen de Avenue de Clichy en de rue de La Jonquière. De ingang is te vinden naast Avenue de Clichy nummer 154 in Parijs.
 
Meer over het groene Parijs van Adrienne: www.adrienne-albrecht-tuinontwerp.nl/blog/ 
 
In de kamer hangt de geur van chocolade. Het is de geur van Pasen. Niet van het heilige Pasen, niet van het religieuze Pasen. Het is het Pasen van de Paashaas, van de eieren die verstopt liggen in de tuin, van de klokken van Rome die zijn teruggekomen, van de blijdschap en de verwondering van de kinderen.
De hartsvraag is ieder jaar weer wanneer de eieren opgegeten mogen worden. Want kun je zo maar bijten in een cadeau? Wat als de eieren op zijn, zul je dan verdrietig zijn of juist blij dat ze zo lekker smaakten?
Terug naar de verwondering, die misschien wel een juiste uitdrukking is van het Paasfeest. Het nieuwe leven, het opstaan uit de dood, is dat niet alles verwondering? Als men zich weer verwondert, dus niet akkoord gaat met het gewone, staat men dan niet op? Bekijkt men het leven dan niet opnieuw?
Gelukkig duurt Pasen twee volle dagen.
Doe je dat soms? Eens ongegeneerd aan de handrem trekken? Ik bedoel natuurlijk niet in je auto, op een lege parking, en rondjes draaien, maar in je leven. Gewoon omdat het genoeg is, dat je iets te enthousiast aan het racen geweest bent. Niet wachten op dat verlengde weekend, die eerste vakantiedag of je trouwverjaardag, maar gewoon: nu is het goed geweest, de komende drie dagen mag de trein blijven rijden, ik doe lekker mijn eigen zin (goesting zouden wij zeggen).
 
Paar dagen geleden was het zover, ik had genoeg enthousiasme getoond en vond het welletjes. De komende drie dagen blijf ik lekker thuis, dacht ik, beetje niksen, beetje opruimen, boekje lezen, naar de Classic 1000 op radio1 luisteren, een hoekje in het huis herschikken, een boek bestellen over het versimpelen van het leven, eindelijk dat rolgordijntje ophangen en belachelijk vroeg in mijn bed kruipen. Zo geschiedde dag 1 en 2, maar op dag 3 ging ik er op uit, op bezoek bij een boomkweker die me door een collega werd aangeraden.
Ik heb al menig boomkwekerij gezien, maar reeds bij het oprijden van deze kwekerij wist ik dat deze ervaring anders zou zijn. Ik landde in een omgeving waar het mooiste van natuur en cultuur verenigd waren, niet vermoedende dat ik pas drie uur later de oprijlaan weer af zou rijden. Van bij het ontvangst werd ik tegen al mijn goede voornemens in door de eigenaar opnieuw op een trein gezet, maar het was er eentje om van te smullen, deze uitzondering maakte ik met plezier. Dit was een man die gepassioneerd was door zijn vak, door bomen, door tuinen, door mensen. ‘Mag ik je even rondleiden in mijn tuin?’ – ‘Ja, natuurlijk.’ Hij nam me mee van de ene boom naar de andere om als een volleerd poëet met veel gesticulaties de waarde van een boom en het juiste beheer en snoeiwerk ten berde te brengen. Elke boom werd er als kunstwerk behandeld. En het bleef niet bij bomen. Hij sprak over licht, esthetiek, over de verbindende factor van een gazon, de pracht van hondsdraf en madeliefjes, over ruimte geven aan je struiken, en stelde luidop de vraag waarom we zo terugdeinzen om eens een padje te verleggen, nodigde uit te durven in chaos te werken en wees me constant op de essentie van diepte en perspectief. Het was alsof dit zijn enige kans was om me alles mee te geven dat ik nodig had in mijn tuinontwerpvaliesje.
Marketing? Zal zeker wel een deel geweest zijn, bewust of onbewust.
Oprechte passie? Absoluut, het spatte er van af. Het verhaal dat hij bracht, kwam van zo diep, vanuit een oprecht verlangen, en reikte zo ongelooflijk ver.
 
Hoe heerlijk is het niet om mensen met passie te horen praten, daar gaat je vuurtje weer wat harder van branden, daar leeft een mens van op. Lieve lezers, laat het niet na om al je vuur in te zetten voor dit mooie vak, voor onze medemens, ... en oh, oefen alvast komend O’FEST, wanneer je je favoriete ontwerper of ontwerp deelt met de wereld.
Moet er nog passie zijn? Graag, die van J.S. Bach kan er nog wel bij... maar dan moet ik wel snel in mijn zondagse kleren springen nu. Dag lezer.
 
Hier staan de paaseieren al gereed in de kast, klinkt de Matthäus Passion devoot door de kamer en ziet alles er op z’n paasbest uit. In de tuin zijn de eerste paasbloemen verschenen. Dit jaar zijn ze ietwat uit hun chronologie, overal in de plantsoenen langs de wegen zijn de narcissen al uitgebloeid en zij zijn toch de paasbloemen par excellence.
Narcissus, de beeldschone jongeling die zichzelf zo mooi vond dat hij voorover boog over de waterspiegel om naar zijn weerspiegeling te kijken in het water. Zo bleef hij daar zitten, in bewondering starend naar zijn eigen heldere ogen, zijn krullend haar, de ronde vormen van zijn gezicht, de ivoren hals, de licht gescheiden lippen en zijn blakende uitstraling.
Hij werd verliefd op zichzelf.
Voorzichtig bracht hij zijn lippen naar het water, in een poging zichzelf te kussen. Maar bij de aanraking van het vijveroppervlak was hij plotseling verdwenen. Opgelost in de rimpelingen van het water. Hij staarde en wachtte, tot hij weer verscheen. Maar telkens als hij zichzelf wilde kunnen, verdween hij weer. Met gebogen hoofd treurde hij en zat daar maar, ziek van verdriet. Kon niet meer eten of drinken, want zijn spiegelbeeld bleef voor hem vluchten en verdween in het niets. Uiteindelijk kwijnde hij weg. In het ene verhaal stierf hij van verdriet en in het andere verhaal wilde hij zo graag dicht bij zichzelf zijn dat hij te ver voorover boog en in het water viel waar hij verdronk.
In de naam van de bloem narcis vinden we dit verhaal nog steeds terug, want de bloem groeit van nature graag aan de waterkant en heeft een afhangend hoofdje dat naar beneden kijkt in het water, omdat ze zichzelf de mooiste aller bloemen vindt.
Weet u hoeveel palmbomen er in Nederland zijn?
Palmbomen? In Nederland?
Ja, palmbomen in Nederland. En dan spreek ik nog niets eens over Vlaanderen, want daar staan er ook.
Maar waar staan die dan?
Op de industrieterreinen. Ga maar eens kijken. Op elk industrieterrein, bedrijventerrein of kantorenpark staan er sinds enkele jaren palmbomen. Ter meerdere eer en glorie van de directie van die bedrijven, die denken dat palmbomen iets warms of unieks zullen uitstralen en dat zij, nog meer dan met hun leaseauto’s, indruk zullen maken op hun mogelijke klanten of zakenrelaties.
Er zijn volgens het Ministerie van EZ in Nederland 3.605 bedrijventerreinen. Laat daar nou eens telkens 12 palmbomen staan, dan praten we over 43.250 palmbomen. Dat is een heel bos bij elkaar, dat is massamoord. Want overal staan die arme schepsels te verkommeren en te verpieteren. Hun bladeren worden bruin en hangen slap. Hun wortels kunnen niet tegen die vochtige koude grond. Hun stammen haten de ijzige wind van de Lage Landen. En toch mogen die bedrijvenjongens een hovenier bellen en vragen om een paar van die palmbomen bij de ingang te zetten. En die hoveniers doen dat. Wat ecologie, wat milieu, wat duurzaamheid? Cradle to cradle is de nieuwe slogan van de marketingjongens. Ze moesten ze die palmbomen laten opeten. Dat is pas duurzaamheid.
Met veel bewondering heb ik de afgelopen dagen als toeschouwer deel genomen aan een Masterclass van Bernard Haitink, de wereldberoemde dirigent. Een man die zowat alles heeft gedaan in zijn leven, met alle grote orkesten heeft gewerkt, in alle belangrijke plaatsen, operahuizen of concertgebouwen. En misschien wel daardoor, is hij zo jong en energiek gebleven. Want in ware leeftijd is hij 88 jaar, maar intrinsiek is hij veel en veel jonger en vif.
 
In plaats van op zijn welverdiende oude dag met dit mooie weer in de zon te zitten, werkte hij dagenlang in een theater, met een orkest van 60 muzikanten en een groep van 12 jonge dirigenten uit heel de wereld. Aan vier stukken, Mozart, Schumann, Beethoven en Debussy. Opnieuw en opnieuw, nog eens en nog eens. Die noot langer, die pauze duidelijker. Vertel het verhaal, speel niet enkel de noten. Kijk je orkest aan, spreek met ze, laat weten wat je van ze wilt. Emotioneer niet de muziek, laat de emotie uit de muziek komen. Dagen lang. Wat een overgave en liefde voor de medemens om dit te doen, ergens daar in stilte, zonder dat het publiek er van weet, zonder dat er iemand over schrijft.
 
Vandaar dat dit stukje persoonlijker is dan normaal, geen waarneming of bespreking van een plant of een tuin of een situatie. Maar een dank dat er zulke mensen zijn, die anderen motiveren om ook te blijven werken en het geloof in het mooie door te geven. Of het nou een muziekstuk, een schilderij of een tuin is. Na het bekijken of beluisteren of beleven van iets moois, is het leven nooit meer zoals het daarvoor was. Dank meneer Haitink.
Richard Wagner was een curieus man. Niet dat ik hem gekend heb om zoiets intiems te kunnen zeggen, maar ik heb zijn huis in Luzern gezien waar hij enkele jaren heeft gewoond en naar eigen zeggen erg gelukkig is geweest. Hij woonde er met vrouw en kinderen en schreef er Siegfried, een groot deel van Die Meistersinger von Nürnberg en Götterdämmerung. Zijn vriend Nietzsche (ja, juist, dé Nietzsche) kwam dikwijls op bezoek. Maar uiteindelijk kregen ze een stilzwijgende ruzie. Moeilijk, zoals al zijn relaties waren.
Ik heb er veel foto’s gemaakt, met name van de tuin. Het bijzondere van die tuin is dat het alleen een grasveld is, gescheiden met een ligusterhaag van het terrasje en het huis. Maar het huis ligt op een soort terp en het gras is het talud dat langzaam afloopt naar het meer van Luzern, het beroemde Vierwaldstättersee, in het Nederlands is dat het Vierwoudstrekenmeer, in het Italiaans het Lago di Lucerna. De naam alleen al is om een half uurtje over na te denken. Aan de rand van de tuin bij het meer staat een rij Italiaanse populieren. Het meer zelf is omgeven door hoge bergen waartussen wilde wolkenformaties voor altijd schijnen rond te kolken en de zon voor altijd schijnt op te komen. Als je goed luistert hoor je de Walkuren voorbij vliegen. Hadden u of ik daar gewoond, we hadden ook zulke mooie opera’s geschreven.
Ik zie de foto’s nu terug en ben weer helemaal vervoerd en hoor de flarden muziek in het hoofd rondspoken zoals het schimmenschip van de Vliegende Hollander. Terwijl ik dit schrijf hoor ik buiten de uilen roepen. Morgenvroeg rijd ik weer naar Luzern, maar deze keer voor een masterclass van Bernard Haitink, die negen jonge dirigenten vertelt hoe ze moeten dirigeren. Of muziek maken. Want dat kan hij. Tot over een paar dagen.
Vandaag was ik op het landgoed Mariënwaerdt, beter gezegd op de Heerlijkheid Mariënwaerdt. Zo staat het aangekondigd op de borden als men van Beesd of Tricht het domein nadert. Daar waar de Linge zichzelf in een paar bochten wringt ligt deze buitenplaats. U kent de naam misschien wel van een van die bekende fairs die nu worden gehouden voor de mensen die zelf niet zo’n grote tuin hebben en waar men het landleven probeert op te roepen en te suggereren.
Een Heerlijkheid. Het doet me denken aan de lessen geschiedenis, waarin mijn gedreven meester vertelde over zaken die al lang voorbij waren en waarvan wij alleen nog maar een verre echo mochten opvangen. De dingen waren in die tijden beter georganiseerd vertelde hij; iedereen had een plek en een plaats, een functie en een verantwoordelijkheid. De slaaf slaafde, de baron baronde, de gehorige gehoorde, de leenman leenmande, de monnik monnikte, de vogels vogelden, het graan graande en de beuk beukte. Heerlijk. Vandaar de naam heerlijkheid, zolang iedereen maar meedeed en niet moeilijk begon te doen. Maar ja, toen kwam de reformatie en toen Napoleon en toen al die andere gasten en het leven werd minder overzichtelijk. De mensen gingen wat anders doen, vooral naar de televisie kijken en al wat goed en oud en mooi was kwam in verval. Behalve de vrouwen natuurlijk.
Terug naar vanochtend. Achter het Hoge Huis ligt nu een grote groentetuin met kassen en broeibakken. Het is er moeilijk weggaan. Alsof er engelen aan je oren fluisteren die uitnodigend vragen om toch nog even te blijven, te hangen in de vergetelheid van de tijd. Honderd jaar oude leifruitbomen vormen het decor, gesnoeid in vlakliggende snoeren en dubbelvlakliggende snoeren, in palmet en pauwstaart. Hovenierskunst van vroegere orde, meesterschap die vertelt van de meester en de knecht die in de vrieskou van een eerste zonnige dag vroeg in februari samen stonden te overleggen terwijl de paarden werden aangespannen en in de verte het gekakel van de kippen klonk.
In zo één momentje daar in die tuin komt het allemaal terug, hoe het geweest heeft moeten zijn. In één ogenblik tijd, amper genoeg om met de ogen te knipperen is het hele rijke leven van traditie en overlevering weer present om mij uit te nodigen er kennis van te nemen en het door te vertellen. Wat ik bij deze doe. Laten wij allemaal op zoek gaan naar plekken en plaatsen waar we geconfronteerd kunnen worden met de cultuur die mensen voortbrachten en daar dan stil van genieten.
Morgen wordt er gestoempt, geduwd, getrapt, gezweet, gespuwd, gekreund, gehuild en gevloekt en natuurlijk gewonnen. Althans door één man, want de rest zal hebben verloren. Het moet hagelen, regenen en tussendoor moet de zon eventjes priemen. Zo gaat dat in de Ronde van Vlaanderen, de mooiste en stoerste wedstrijd van het jaar. Heroïek, levensbeschouwing, concurrentie en teamgeest komen om de beurt aan bod. Een gedicht van 264 kilometer, een vertelling van vier uur televisie. Een bijzonder landschap ontvouwt zich links en rechts van het parcours, het hart van de Vlaamse Ardennen. Ideale plek om straks eens een weekeinde door te brengen, zwervend over de smalle tractorwegen, van cafeetje naar cafeetje om de juiste schotel van gestoofd konijn te ontdekken, de grijze boterham met rauwe hesp te eten of jezelf te spiegelen in de donkerte van een dubbele trappist. Ik zeg zo maar wat. Maar je proeft het ook al in de mond nietwaar?
Zo kijkt iedereen op een eigen manier naar de koers. Ik zelf kijk eerder naar het lichte groen dat al aan de knotwilgen kleeft of naar het zilver dat van de populieren lijkt te tuimelen in plaats van de stoere mannenkuiten te bewonderen. Reed hij met een 19-20, buitenblad? Vraag het me niet, want ik zou het niet weten. Waren zijn tubes nou maar met sfeer 5 opgepompt om betere grip te houden op de natte kasseien? Ik kan er zelfs niet naar raden. Ik kijk alleen naar dat land. Wat een prachtig land, wat een uitnodiging aan het leven om zich daar te komen manifesteren. Want dat zal het weer zijn morgen tijdens de koers, een manifestatie van het leven in een van de mooiste decors van Europa.
Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik wou hem zo graag er eens wezen
Met zijn groene kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
Belief je wat te geven voor de fiere Pinksterblom
Want de fiere Pinksterblom moet voort (leven).
Het is licht en luchtig buiten, de zon warmt alles op en maakt het hoofd helder. Argeloos loopt de tuinbezitter in alle vroegte zijn tuin in naar het schuurtje om eitjes te halen voor het ontbijt. Hij is nog in pyjama en wil slechts snel heen en weer. Maar daar wordt zijn blik getroffen door een bosje longkruid dat al in volle bloei staat, daar kijk, tegen het bakstenen muurtje aan. En de kleine boom achterin heeft alle knoppen open, dat was gisteren nog niet. Hé de gunnera staat mooi uit en is omgeven door de gele bloemetjes van het speenkruid. Ach wat stom dat die takken er nog liggen en die paar stenen daar die moet ik zo toch even opzij leggen. Dan kan ik meteen die bladeren … en die dode tak afzagen …en die sprietjes weghalen … en …
Nog geen twee minuten later staat de onschuldige tuinbezitter met een snel aangetrokken spijkerbroek en een losse trui, ongeschoren in de tuin te werken. De eitjes liggen wat verloren op het aanrecht. Dat kan als lunch ook nog wel, hij heeft toch een vrije dag vandaag waarin hij de belastingen zou doen (kan morgen ook nog net), de brief naar oma schrijven en het laatste boekenweekgeschenk lezen van hoeheetdieookalweer? Van Keuken? Het was iets met koken, toch?
Waarom is het leven toch zo heerlijk zorgeloos als we in de tuin werken? Waarom vergeten we alles en lijken die problemen niet zo belangrijk meer? Waarom voel je die splinter altijd pas morgen? En vooral waarom doen we het dan niet elke dag? Waarom pas gewacht tot het bijna te laat is, om dan niet meer te willen ophouden? Het is net zoiets als naar de kapper gaan.
Juist, therapeutisch.
Ik ben een gelukkig mens. Dat is niet altijd even duidelijk, maar dat komt hoofdzakelijk door mezelf, omdat ik last heb het te tonen. Ik verval dan in schijnvertoningen of hou me vast aan onbenullige pietluttigheden waarvan het bestaan niet eens de moeite waard is ze te vermelden.
Weg ermee.
Neen, in ernst, ik ben een gelukkig mens. Er zijn diverse redenen om dit te staven, zowel van causale aard, als van implicatieve, van oorzaak en van gevolg.
Dat ik fijne kinderen heb die ik af en toe kan zien. Dat het wielerseizoen weer volop bezig is. Dat de computer is uitgevonden zodat ik een dagenlang kan zitten schrijven. Dat er mensen zijn die willen lezen wat ik heb geschreven. Dat er zoveel mooie plekken zijn op de wereld. Dat de wereld zo groot is. Dat jullie er allemaal zijn. Dat ik les mag geven en ontwerpers kan coachen.
Tja, zo kan ik nog ene wijle door blijven gaan.
Gelukkig.
Zag die automobilist het nou echt niet? De veren vlogen in de rondte en van de duif was geen spoor meer te zien. Daarnet nog zaten ze met z’n tweeën op de weg. Toegegeven, midden op de weg. Wie zit er nou midden op de weg …
Helemaal in elkaar opgaand, dat ze geen notie hadden van het verkeer. Hoe zou je zelf zijn …
Verliefd natuurlijk, misschien voor het eerst en dan nog wel op zo’n mooie tortelduif. En dan, pats boem, een auto. Een Frans merk, ik zal de naam niet noemen.
Ik van mijn kant probeerde nog te redden wat er te redden viel … stoppen, remmen … Dus die ene moet het gered hebben. Maar ja, wat heeft hij of zij eraan als de andere morsdood is gereden. Ik had beter ook niet geremd. Waren ze nu samen in de tortelduivenhemel. Maar ja, ik had weer zo’n romantische inslag, moest zo nodig respect hebben voor de anderen.
In mijn achteruitkijkspiegel keek ik de automobilist van de andere zijde na en zag nog wel duidelijk dat zij blonde haren had.